De Multiculturele Moestuin

 Voor Khalid is de groeikracht van planten een ware openbaring. Khalid verblijft samen met zijn moeder in een asielzoekerscentrum. Ze zijn gevlucht uit Syrië. Als hij uit het taxibusje stapt dat hem samen met andere AZC-kinderen naar de schooltuin bij de Oosterplas brengt, blijkt dat zijn tuin in de vakantie tijdens zijn afwezigheid behoorlijk overwoekerd is door onkruid. Onthutst zoekt hij tussen de wildernis naar de boontjes die hij had gezaaid. Een kreet van vreugde als hij daarbij op een courgette van een halve meter stuit.

Als eenmansbedrijfje agro impuls onderneem ik kleinschalige duurzame projecten. Zo heb ik het plan opgevat om in ‘s-Hertogenbosch vorm te geven aan educatie voor schooljeugd op wijk- en buurtnivo. Ik heb ik een gesprek met de beheerder van de Kinderboerderij Oosterhoeve. Hij wijst op een stuk grond dat als het ware ligt te wachten op schoolkinderen om er een moestuin te beginnen. “Maar niemand onderneemt iets en als die kinderen niet gauw komen dan is het tuinseizoen al zover gevorderd dat het niet meer kan”. Ik fiets na dit gesprek direct naar 3 basischolen in de buurt. Daar is mijn initiatief een schot in de roos: Nog diezelfde week zijn 26 schoolkinderen druk in de weer om hun stukje grond af te bakenen.

De multiculturele moestuin - 2 (geretoucheerd)De multiculturele moestuin - 1, geretoucheerd

Veel culturen in één tuin. Ik ga met mijn schooltuinprojectje ook naar het AZC. Daar blijkt een schreeuwende behoefte aan dergelijke activiteiten voor de kinderen van asielzoekers. Ik probeer de activiteiten in de schooltuin voor alle kinderen zoveel mogelijk tegelijkertijd te plannen. Zo ontstaat een mengelmoes van talen, activiteiten, groenten en gesprekjes. Als vanzelfsprekend komen kinderen van heel verschillende origine in aanraking met elkaar, met de grond en met de weerbarstigheid van voedsel produceren. Met recht een multiculturele moestuin. Etnische conflicten liggen heel ver buiten het tuinhek. Er is een levendige uitwisseling van meegebrachte tuinzaden. Peter uit de omliggende wijk legt aan Pablique uit Kameroen uit wat spruitjes zijn. Youssef vertelt dat hij zaadjes heeft van “bibèr”. Anne ziet het plaatje op het pakje en denkt dat het worteltjes zijn. Maar het zijn rode pepers en dan weet Anne meteen dat wij in onze taal ook woorden uit het Arabisch hebben overgenomen: Peper komt van bibèr! Er is gereedschap tekort voor zoveel kinderen. Dus dat vergt onderling overleg. Wie schoffelt eerst en wie mag ondertussen harken? En sommigen ontdekken een systeem van dienst – wederdienst.

Maar er zijn nog veel meer ontdekkingen. Dat frietjes eerst aardappelen zijn, dus dat je frietjes niet kunt zaaien. Dat onkruid gewoon doorgroeit in de vakantie. Dat je tússen de rijen moet schoffelen en niet erin. Eén kind besluit ter plekke om “nooit meer groenten te eten” nu ze weet dat die uit “die vieze grond komen”. Anderen besluiten de strijd met het onkruid te beslechten door de groenten te verplanten, wat niet echt tot succesvolle oogsten blijkt te leiden. De stille mijmering van de een bij een slak, het luid rouwbeklag van de ander bij een, door het spitten,  gehalveerde regenworm. Kortom een veelvormig scenario van allerlei gebeurtenissen die, als ze allemaal tegelijk plaatsvinden, heel vermoeiend kunnen zijn, maar die ik voor geen goud zou willen missen.

Ter afsluiting van het tuinseizoen hebben we een soort van “oogstfeest”. Dat vieren we op het AZC. De witte kinderen komen nu bij de asielkinderen “thuis”. Er is een speurtocht over het centrum uitgezet door de activiteitencoördinator. In gemengde groepjes komen de leerlingen in alle troosteloze uithoeken van het centrum. Een blank kind vraagt mij met ongeloof “maar waar woont Dijalla nu echt?” Tot slot is er een gezamenlijke maaltijd in de ontmoetingsruimte Kukutana (= ontmoeting) op het AZC. Ieder kind heeft wat klaargemaakt en meegebracht. Een kleurrijk gezicht, al die verschillende gerechten. Gekokkereld met de groenten uit eigen tuintjes. Het is het meest mondiale restaurant dat ik ooit heb gezien. Voor we de maaltijd beginnen stel ik voor dat ieder op zijn beurt in de eigen taal “smakelijk eten” wenst. Ik hoor 12 verschillende versies! Al het eten gaat op! Na afloop zwaaien de AZC-kinderen de bus met witte kinderen uit. Beide groepen hebben hierbij de omgekeerde ervaring van wat je meestal op tv ziet.

Het komend tuinseizoen gaan we weer van start. Daarvóór al zelfs: Ik heb tijdens bovengenoemde maaltijd een groepje kinderen geronseld die mij gaan helpen om een schuilplek te bouwen op de tuin. Zodat we droog blijven als er, zoals afgelopen seizoen enkele keren gebeurde, een malse bui valt, nét onder tuintijd.

In overleg met buurtcentra, scholen en/of AZC’s wil agro impuls op meerdere plaatsen een dergelijk integratie-project met kinderen en/of volwassenen opstarten.

Belangstelling?  klik >> hier